Ziet iemand God en niet het Zelf,
dan ziet hij slechts een geestelijk beeld.
God is niet anders dan het Zelf.
Slechts wie zijn eigen ik verliest en daar de
grond van schouwt:
het Zelf,
heeft waarlijk God gevonden.
De Heilige Schriften doen
kond van
“aanschouwing van het Zelf” en van “aanschouwing Gods”.
Maar hoe kan iemand “het Zelf aanschouwen”?
Het is Eén zonder tweede.
Hoe kan dan iemand “God aanschouwen”?
Het ik moet zich in Hem verliezen.