|
De kenner van het Zelf lijkt in geen enkel opzicht op de mens
die
aan het leven in de wereld is gehecht.
De positie van de kenner van het Zelf is in harmonie met zuiver en
door niets veroorzaakt, onvermengd geluk.
Zijn wezen is stralend en hij weet volmaakt zeker
dat dit geluk zijn
eigen wezen is.
Alles is één, alles is gelijk voor de kenner van het Zelf.
De kern van zijn wezen is Liefde. Zijn Zelfverwerkelijking die
plotseling
en onverwachts verscheen, is volkomen zelfloos.
Het is volkomen
onverwacht en toch onvermijdelijk,
ongelofelijk bekend en toch
uiterst
verassend.
Het gaat alle hoop te boven en is toch volmaakt zeker.
Het
is volmaakt en van niets afhankelijk. |

|